
De filedruk liep de afgelopen dagen flink op in Nederland als gevolg van dichte mistbanken op de weg. Goede verlichting van je auto is daarbij essentieel. Maar waarom is het compleet nutteloos om mistlicht te voeren bij zeer dichte mist? En wat is de boete als je iemand met lichtsignalen waarschuwt voor het voeren van groot licht?
Bij het verkeerd gebruiken van verlichting kunnen sneller ongevallen voorkomen. Zo kun een medebestuurder worden verblind door mistlicht, of kun je zelf je gehele zicht belemmeren. Welke soorten verlichting mag je wanneer voeren?
Dagrijverlichting
Sinds 2011 is dagrijverlichting (DRL) verplicht op nieuwe auto’s. Het betreft verlichting die slechts aan de voorkant van het voertuig werkt; de achterlichten doen hier niet in mee. Het is bedoeld om een naderende auto zichtbaarder te maken. Deze verlichting staat automatisch aan wanneer je de auto start, en wordt uitgeschakeld wanneer de verlichting aan wordt gezet. Wettelijk gezien mag dagrijverlichting alleen wit licht uitstralen. Dat DRL aanstaat, is niet te zien op het dashboard.
Dimlicht

Stadslicht

Groot licht

Mistlicht
Een mistlamp is bedoeld om ook in een mistbank zichtbaar te zijn voor anderen en produceert een zeer fel licht welke vervelend is voor andere weggebruikers. Mistlicht produceert een lage, brede lichtbundel aan de voorzijde van de auto om onder de mistbank door te verlichten. Tijdens dichte mist is dit eigenlijk onbruikbaar, omdat de mist het licht terugkaatst en je daarmee jezelf verblindt. Wanneer de mistlampen branden, mag in plaats van dimlicht, stadslicht worden gevoerd. Het licht mag alleen gebruikt worden bij zicht tot 50 meter door mist en niet bij zware regenval.
- Bron: Verkeerspro.nl




