Bandenspanning controleren

Waarom is het belangrijk en hoe werkt het?

Zeg eens eerlijk: hoe vaak controleer jij je bandenspanning? Het is een simpele handeling, maar het wordt in de praktijk vaak vergeten. Toch is regelmatig je bandenspanning controleren heel belangrijk. Daarom leggen we je uit hoe je dit zelf kunt doen en welke voordelen dit biedt voor jou en je auto.

Je bandenspanning controleren in 4 stappen

Bandenspanning controleren en je banden bijvullen is niet moeilijk. Bij de meeste benzinestations vind je een bandenpomp waarmee je – vaak tegen betaling – je banden kunt bijvullen. Dat doe je als volgt:

  1. Draai de ventieldopjes los.
  2. Gooi geld in de automaat (indien nodig) en stel de gewenste bandenspanning in.
  3. Sluit de bandenpomp op het ventiel aan.
  4. Houd het mondstuk recht en houd deze net zo lang aangedrukt tot de band op de juiste spanning is. Je hoort dan een piepje vanaf de pomp.
  5. Vergeet na afloop niet de ventieldopjes weer op de banden te draaien!

Let op: de bandenspanningsmeter van de bandenpomp bij het benzinestation is niet altijd even nauwkeurig. In de regel geven ze wat te veel aan. Met een eigen bandenspanningsmeter kun je doorgaans veel nauwkeuriger meten.

Welke bandenspanning moet ik aanhouden?

De benodigde bandenspanning verschilt per auto. Dit vind je terug in het instructieboekje van je auto. Soms staat het ook op een sticker of plaatje aan de binnenzijde van het portier, achter het tankklepje of op de bandenpomp zelf. Let op: de fabrikant kan een afwijkende spanning opgeven voor rijden met volle bepakking. Houd daar rekening mee als je bijvoorbeeld op vakantie gaat.

Hoe vaak moet je je bandenspanning controleren?

We raden aan om dit elke maand te doen. Doe ook altijd een controle voor een lange rit. Controleer bandenspanning bij voorkeur wanneer je die dag nog niet met de auto hebt gereden, of maximaal 5 kilometer hebt afgelegd.

Vergeet het reservewiel niet

Als je toch de bandenspanning aan het controleren bent, check dan ook meteen het reservewiel. Bij sommige auto’s is het reservewiel kleiner dan de rest van de banden. Zo’n zogenaamde ‘thuiskomer’ heeft een veel hogere bandenspanning. Kijk voor de juiste spanning in het instructieboekje van je auto.

Een grote afwijking

De bandenspanning zou onderling niet heel veel moeten verschillen. Ook mag een band niet te veel lucht verliezen. Als er meer dan een bar moeten worden toegevoegd aan een van de banden, dan is er waarschijnlijk meer aan de hand. Mogelijk is deze band of het ventiel van de band lek. De oplossing: de band laten repareren.

TPMS

Auto’s die na 2014 gemaakt zijn, hebben een ‘Tyre Pressure Monitoring System’ (TPMS). Dit systeem houdt in de gaten of je banden op spanning zijn en waarschuwt wanneer één of meerdere exemplaren meer dan 20 procent onder de vereiste bandenspanning komt. In dat geval gaat er een lampje branden op het dashboard (dat moet een zachte band voorstellen, maar vaak zien mensen het aan voor een vissenkom of hoefijzer met een uitroepteken).

Het belang van het controleren van de bandenspanning

In Nederland rijden best veel auto’s met een te lage bandenspanning. Uit elke band ontsnapt continu een beetje lucht. Daarom is het belangrijk om maandelijks de bandenspanning te controleren en indien nodig bij te vullen. Is een band écht zacht, dan kan dat namelijk gevaarlijke situaties opleveren. De auto gaat er slecht van sturen, tijdens het remmen kan de auto scheef trekken en bij een noodstop is de remweg aanmerkelijk langer. Ook kan je band eerder uit elkaar klappen omdat hij heet wordt. Een gevaarlijke situatie waarbij je gelijk de Wegenwacht moet bellen.

Los van de invloed op het weggedrag veroorzaakt een te lage bandenspanning ook nog eens een hogere en/of onregelmatige slijtage. Dan moet je ze dus eerder vervangen. Verder heeft een band die zacht is een breder loopvlak, waardoor ‘ie meer weerstand ondervindt. En meer weerstand betekent dat de motor harder moet werken, oftewel een hoger brandstofverbruik. Slecht voor je portemonnee, want dit kan zomaar oplopen tot wel 100 euro per jaar.

Maar dat is niet alles: een te lage bandenspanning is ook niet goed voor het milieu. Als iedereen in Nederland met de juiste bandenspanning zou rijden, besparen we ongeveer 600 miljoen kilo CO2 per jaar. Dat is vergelijkbaar met honderd keer warm douchen!

Lekke band? Bel de Wegenwacht

Een lekke band is – op accuproblemen na – het meest voorkomende pechgeval in Nederland en wordt vaak veroorzaakt door een verkeerde bandenspanning. Sta je met een lekke band? Dan kan de Wegenwacht je helpen.

Bron:

Bandenspanning controleren | ANWB